De rol van instructeur bij omgang kind-hond

De Nederlandse vereniging voor Instructeurs in Hondenopvoeding en -opleiding, O&O, brengt ieder kwartaal een tijdschrift uit: Los Vast. Het is alleen verkrijgbaar voor leden en donateurs van O&O. Hieronder vind je het artikel wat verscheen over Dierbare Ontmoetingen in het laatste nummer. Voor een gratis proefnummer kunt u contact opnemen met de redactie; Gerrit Post


Er is aan 40 hondenprofessionals gevraagd wat zij het meest lastig vinden in het begeleiden van mensen, kinderen en honden. Op nummer één staat dat ouders hun kinderen te weinig aansturen in de omgang met de hond. Daar Iigt dus een schone taak voor ons als instructeurs en gedragstherapeuten.

Welke rol heeft volgens Cindy van Dorst de instructeur bij de omgang kind-hond? Iris Lammers doet versiag van de kind-hond-lezing na de ALV en van de Kind-Hond-Manifestatie in juni.

Cindy begint zowel de lezing als de manifestatie met een aantal eyeopeners:

  • Jaarlijks worden meer dan 75.000 kinderen gebeten.
  • 91% van de kinderen wordt gebeten door een hond die ze kennen (de eigen hond of die van familie of vrienden).
  • Jongens worden twee keer zo vaak gebeten als meisjes.
  • Kinderen in de leeftijd van drie tot zeven jaar lopen het meeste risico op een bijtincident.
  • Bij 96% van de bijtincidenten bij kinderen stond een volwassene op nog geen meter afstand toe te kijken.

Hoe vaak zeggen we niet dat je kinderen en honden nooit samen alleen moet laten. Bijna iedereen geeft dat advies in de theorieles. In het overgrote deel van de gevallen staat de volwassene er echter gewoon bij te kijken, dus dat advies zal nauwelijks bijtincidenten voorkomen. Het blijkt dus dat volwassenen alle tekenen van ongemak en stress die de meeste honden tonen, voordat ze als laatste redmiddel gaan bijten, niet zien.

Kinderen kopiëren meestal het gedrag van de ouders, dus daar schort het ergens aan. Ouders sturen hun kinderen te weinig aan in de omgang met de hond. De hond moet leuk zijn voor de kinderen, maar hoe zit het andersom? Kinderen die gevaarlijke dingen doen met de hond of de hond geen rust gunnen, worden niet begrensd door hun ouders. Ouders weten niet altijd hoe ze de grenzen naar hun kinderen moeten overbrengen, omdat ze zelf niet weten hoe ze leuk en veilig met de hond kunnen omgaan. De ellende is dus dat die ouders gewoon niet beter weten. Daar ligt een belangrijke taak voor ons als instructeurs en gedragstherapeuten. Het is aangetoond dat hondeneigenaars het meeste leren van hun instructeur, ook voor wat de omgang kind-hond betreft.

Wie is Cindy van Dorst?

Cindy nam een aantal jaren geleden de beslissing haar goedbetaalde baan op te zeggen om zich volledig te richten op het voorkomen van bijtincidenten bij kinderen. ledereen verklaarde haar toen voor gek. Inmiddels heeft ze een goedlopende praktijk, leidt mensen op tot kind-hond professionals en heeft een heel netwerk van deze professionals opgezet. Ze blijkt dus een gat in de markt te hebben gevonden. Ze haalt echter haar voldoening vooral uit ieder kind dat ze een bijtincident en soms een levenslang trauma en angst voor honden kan besparen. Cindy was jeugdhulpverlener en hondengedragstherapeut, de optimale combinatie dus om dit werk te gaan doen

Meer verstand van honden

Cindy geeft aan dat veel hondeneigenaren relatief weinig creatief zijn in hun omgang met de hond in relatie tot hun kinderen. Een beetje aaien en wandelen, soms wat spelen, maar daar blijft het wel bij. Veel mensen hebben weinig fantasie. Je kunt dus van de instructeur leren hoe leuk het is om wat met je hond te doen. Sommige instructeurs weten echter niet veel over veilige omgang tussen kind en hond. Opvallend vaak hebben instructeurs zelf geen kinderen en hebben daar dus ook weinig verstand van. Ze zien dan niet graag dat ouders hun kinderen meenemen naar de les, omdat ze daar geen raad mee weten. Ook is het best moeilijk om dan advies te geven naar aanleiding van vragen over kinderen en honden.

Cindy vraagt: “Bedenk eens hoeveel hondenboeken je thuis in de kast hebt staan? En bedenk dan eens hoeveel boeken over kinderen?” Als ik in mijn eigen boekenkast kijk, ik heb niet eens een boek over kinderen, maar wel heul veul hondenboeken! Vervolgens vraagt Cindy: “Hoeveel opleiding of bijscholing heb je gevolgd over honden en hoeveel over kinderen?” Ook daar slaat de negatieve balans door naar kinderen. Het is dus niet zo gek dat je niet veel weet over kinderen en hun ontwikkelingsfasen. Vergroot dus je kennis over kinderen. Bij de Sophia Vereeniging zijn er bijvoorbeeld kind-hond snuffelstages. Het Sophia SnuffelCollege leert kinderen hoe ze veilig met honden omgaan. Zo’n 100 vrijwilligers bezoeken daarvoor met speciaal geteste honden de laagste groepen van de basisschool. Zij leren kinderen in drie lessen de lichaamstaal van honden begrijpen.

Ontwikkelingsfasen kind

De meeste kinderen worden gebeten door honden die ze kennen, bijvoorbeeld de eigen hond of die van opa en oma of de buurvrouw. Natuurlijk blijven we onze kinderen altijd leren om de vreemde hond op straat niet zomaar te gaan aaien, maar ook dit standaardadvies zal dus niet veel bijtincidenten voorkomen. Betrek kleine kinderen bij zorgtaakjes voor de hond, maar laat ze deze niet alleen uitvoeren. Bijvoorbeeld een kind van twee jaar laat je niet zelf de voerbak voor de hond op de grond zetten. Stel je voor dat de bak op de grond valt en het kind wil dat netjes opruimen, raapt de brokjes op en duwt de hond weg. Andere voorbeelden: Kinderen van nul tot twee jaar koppelen een verbod aan de persoon die het oplegt. Als diegene dus uit zicht is, is daarmee ook het verbod opgeheven. Een kind van zeven maanden dat heus wel weet dat het niet naar de hondenmand mag kruipen, doet dat toch als mama even de kamer uit gaat. Een kind van zes jaar kan niet altijd zijn impulsen goed beheersen, maar kan echt al wel begrijpen dat een hond ook pijn kan hebben. Peuters krijgen op een bepaalde leeftijd een sterk besef van mijn en dijn en dan kan ineens een probleem ontstaan om een speeltje als de hond het pakt en het kind het terug wil hebben.

TIP: Wanneer kan een kind alleen blijven met een hond?

Dat ligt veel meer aan de copingstijlen van zowel het kind als de hond dan aan de kalenderleeftijd van het kind. Stel je op de hoogte van de ontwikkelingsfasen van kinderen. Een goed boek daarvoor is ‘Oei ik groei’ van Hetty van de Rijt. Overigens is op de website www.oeiikgroei.nl al heel veel informatie te vinden over de mentale en fysieke sprongen in ontwikkeling die een baby maakt tijdens de eerste 20 maanden van zijn !even. Organiseer bijvoorbeeld eens een kind-hond vragenuurtje op je hondenschool.

 

Veronderstellingen

Waarom staan ouders vaak te kijken bij interacties tussen kind en hond op momenten dat jij denkt ‘doe lets!’. Dat is omdat ouders van hun eigen kind vaak niet weten wat ze kunnen verwachten. Zeker bij hun eerste kind maken ze alles voor het eerst mee. Daarnaast hebben ze Disneyverwachtingen, bijvoorbeeld dat een volwassen hond nooit een baby iets zal aandoen. Wij hebben de neiging om de kennis van mensen te overschatten. We denken ‘dat weten ze toch allang’, maar dat is echt niet zo. Als iemand ervan uitgaat dat jij kennis hebt van belastingen en praat over schalen en zo, dan haak je binnen drie tellen af. Vraag dus eerst wat iemand aan kennis en ervaring heeft en sluit daar dan bij aan. Onthoud dat iedere eigenaar de beste keuze wil maken, want hij en zijn gezin zullen er het ergste onder lijden als hij dat niet doet.

De 5 mythen

Ouders blijven geloven in 5 mythen die nergens op gebaseerd zijn. Toch hoor je ze overal op straat en op internet en ze zorgen ervoor dat tienduizenden kinderen worden gebeten.

Mythe 1 – De kindvriendelijke hond

Mensen zijn dol op lijstjes en testjes en flink wat websites spelen daar handig op in. Zoek maar eens op ‘kindvriendelijke hond’. Uit eigen statistieken van Cindy en haar collega’s blijkt echter dat kinderen net zo vaak worden gebeten door een Jack Russell Terrier of een American Staffordshire Terrier als door de als zeer kindvriendelijk te boek staande Golden Retriever. De niet direct als kinderhater bekend staande Border Collie komt zelfs nog hoger op de lijst bijtincidenten voor. Overigens komt uit recent onderzoek van een Britse verzekeringsmaatschappij onder haar klanten naar voren dat voor de Border Collie het vaakst een gedragstherapeut wordt ingeschakeld, terwijl dit ras op alle lijstjes van kindvriendelijke rassen voorkomt.

TIP: Om mythe 1 te ontkrachten kun je in je hondenschool een kind-hond muur maken. Laat iedere instructeur een realistisch stukje schrijven over zijn hond in combinatie met kinderen vanuit het oogpunt van een beginneling en plaats deze met een foto op de muur. Zo schilder je een realistischer beeld van wat wel en niet een kindvriendelijke hond is en hoeveel variatie er is binnen een ras. Je kunt natuurlijk ook cursisten vragen om hun verhalen te delen.

 

Mythe 2 – Kinderen worden altijd gebeten door een onbekende hond

61% van de kinderen wordt gebeten door de eigen hond. De rest in bijna gelijke delen door die van familie en vrienden/kennissen. Mensen weten dat niet omdat dergelijke incidenten (interactiebeten) de media niet halen en de heftige incidenten (verliesbeten) wel. Bij verliesbeten treedt verlies op van ledematen, functie of weefsel, maar ook verlies van vertrouwen en gevoel van veiligheid.

TIP: Preventief moeten we het opnemen tegen Marktplaats en dergelijke en daartoe moeten we dus preventief te werk gaan. Zet prominent op de voorpagina van de website van de club dat mensen contact op kunnen nemen voordat ze een pup aanschaffen. Zorg dat iemand van de club die daartoe in staat is, zich hiervoor verantwoordelijk voelt. Streven van Cindy is een aandachtsfunctionaris voor kinderen aanstellen bij iedere hondenclub.

 

Mythe 3 – Kinderen worden gebeten omdat ouders geen toezicht houden

Deze mythe is al eerder aan de orde geweest. ‘Laat kind en hond nooit alleen’ lijkt een loos advies als blijkt dat bij 97,3 % van de gevallen er gewoon iemand met zijn neus bovenop staat.

TIP: Vertel of en toe tijdens de les een reëel kind-hond interactieverhaal (niet een andere mythe!). Zo gaan mensen erover nadenken en zich vrijer voelen zelf hun verhaal te vertellen.

 

Mythe 4 – Kinderen kunnen alles doen met onze hond en zo hoort dat ook

Vroeger verstuurden we kinderen met de post en rookten we tijdens de zwangerschap. Vroeger leerden we dat iedere hond probeert hogerop te komen in de rangorde waardoor je dus moet zorgen dat je kinderen altijd ‘boven’ de hond staan. Voortschrijdend inzicht heeft geleerd dat dat maar bij een heel klein percentage van de honden het geval is. We zijn ooit gestopt onze kinderen te leren hoe ze zich hebben te gedragen met honden. Vroeger werden kinderen meer begrensd, nu lijkt het wel of mensen en ook honden alles maar moeten tolereren van kinderen.

TIP: Probeer niet iemand ervan te overtuigen dat zijn kind iets niet mag, want mensen gaan zich dan verzetten. Zie verzet als een verzoek tot begrip van de ander. Motivatie kun je nooit opdringen, maar alleen ontlokken door bijvoorbeeld te praten over vroeger, vol te houden en humor te gebruiken. Wees oprecht nieuwsgierig en vertoon video’s die voor zichzelf spreken zodat jij dat niet hoeft te doen.

 

Mythe 5 – Kinderen onder de twaalf jaar kun je niet de verantwoordelijkheid over een hond geven

De kalenderleeftijd van een kind is hierbij niet bepalend, maar de copingstijl van zowel het kind als de hond wel. Je kunt er door het stellen van vragen achter komen wat die copingstijl is. Wat is de eerste reactie van het kind als het alleen thuis is en er gebeurt iets onverwachts, bijvoorbeeld een enorm onweer of er valt iets om. Is het kind erg van streek of zelfs in paniek en moeten de ouders direct naar huis komen? Of raakt het kind niet snel van zijn stuk en kan hij het probleem rustig zelf oplossen?

TIP: Organiseer interactieve lezingen waarbij eigenaren leren kijken naar de specifieke risicosituaties tussen hond en (klein) kind. Zorg tijdens onoverzichtelijke situates, zoals een familiefeest, voor een hondenopperhoofd.

 

Adviseer vanuit de gezinsdriehoek

Kijk en luister goed naar wat de cursist vertelt, maak het eventuele kind-hond probleem bespreekbaar en begeleid zelf of verwijs mensen door naar een kind-hond professional. Er rust een flink taboe op het bespreken van problemen tussen de kinderen en vooral de eigen hond. Adviseer ouders vanuit de gezinsdriehoek kind-hond-ouders zodat je adviezen ook echt worden uitgevoerd.

Als je je adviezen alleen focust op bijvoorbeeld de hond (omdat je daar het meeste vanaf weet), ligt je advies binnen de kortste keren in de prullenbak. Als in de driehoek het kind wordt overgeslagen voelt het zich niet gehoord, terwijI kinderen vaak zelf de creatiefste oplossingen kunnen verzinnen. Als de ouders worden overgeslagen zullen ze niet doorpakken bij de aanpak van het probleem. Als de hond wordt overgeslagen gaat de oplossing natuurlijk helemaal niet werken. Kijk dus altijd naar de volledige driehoek voordat je advies gaat uitbrengen.

  • “Nu ik jouw verhaal zo heb gehoord denk ik dat het belangrijk is t.a.v. je kind …”
  • “Daarnaast is het fijn voor jouw hond dat …”
  • “En ik denk dat het belangrijk is voor jou dat je ….”

Tips om gewenst gedrag te bekrachtigen

Voor mensen die geen kinderen maar wel een hond hebben, is het soms best lastig om aan een (onbekend) kind grenzen aan te geven. Een leuk trucje is om een kind dat je hond aanstaart te vragen om te raden of je hond een jongetje of een meisje is. Dan doet het kind automatisch een stapje achteruit, maakt zich kleiner, wendt zich wat of en de ogen richten zich weg van het in de ogen van de hond kijken, wat op sommige honden flink bedreigend kan overkomen. Nog een slim handigheidje: vraag een kind altijd iets te doen wat in het verlengde ligt van het gedrag dat je vervelend vindt, in plaats van iets te verbieden. Bijvoorbeeld in plaats van de hond plagen met een stokje, vraag je het kind of het een liedje kan drummen met datzelfde stokje. Of “ik wil niet dat je tegen de hond schreeuwt, maar je mag wel helemaal aan de andere kant van het veld gaan staan en zo hard als je kan de hond zijn naam roepen”. Eigenlijk is dat hetzelfde wat we honden leren, niet ongewenst gedrag corrigeren maar onverenigbaar gewenst gedrag bekrachtigen. Focus op wat je wel wilt in plaats van (alleen) op wat je niet wilt.

Wordt het kind boos als de hond niet luistert? Laat het kind helpen uit te pluizen waarom de hond niet luistert, mogelijk houdt het dan de volgende keer meer rekening met wat de hond kan en niet kan. Stel open vragen aan het kind en wees oprecht nieuwsgierig naar de antwoorden. Open vragen beginnen bijna altijd met een W: wat, wie, welke, wanneer, waarom. Een goede vraag zou bijvoorbeeld zijn: “Als jij een superheld zou zijn die problemen tussen honden en kinderen oplost, wie zou jij dan zijn en welke superkracht zou je daarbij kunnen gebruiken?”

Kinderen trainen, hoe doe je dat?

Hoe houd je het met kinderen leuk en veilig en zorg je ook dat ze echt iets leren? Een kind en een hond die net een ruimte binnen komen, gaan meteen in actie, onderzoeken, verkennen. Volwassenen gaan meteen naar een plek en blijven daar de kat uit de boom kijken. Als je een kind gaat begeleiden, zorg dan dat je eerst iets actiefs doet. Een quizje, een spelletje en liefst iets waarbij je je lijf kunt gebruiken. Wees zo blij als een kind kan zijn, dat trekt kinderen aan.

  • Zorg ervoor dat jouw oplossing echt de kern van het probleem aanpakt. Je komt erachter wat het echte probleem is door een kind-hond screeningsgesprek. Daarna kun je pas een oplossing gaan zoeken of doorverwijzen naar een kind-hond professional.
  • Weet of het kind gevraagd of gestuurd is om naar jou toe te komen. Bepaal voor jezelf of je met ‘ongemotiveerde’ kinderen wilt werken en hoe dan. Voorkom ook bij kinderen om te proberen het te overtuigen, want je roept daarmee alleen maar weerstand op.
  • Overweeg altijd of het hele gezin mee in training gaat. Stap niet in de valkuil om de opvoeding over te nemen, maar train en ondersteun de ouder dat zelf te doen.
  • Wees je ervan bewust of je het kind ziet als troublemaker of troubleshooter, want een kind voelt dat feilloos aan. Zie het kind als de expert op zijn eigen gebied, zijn eigen wereld.
  • Zeg `ja’ en ga ervan uit dat het lukt! Voel je je onzeker, niet helemaal op je gemak? Dat is logisch, je hebt er jaren over gedaan om je te ontwikkelen op hondengebied, boeken gelezen, opleidingen gevolgd. Op het gebied van kinderen ben je helemaal nieuw.
  • Maak gebruik van het instructiemodel wanneer je kinderen iets aan wilt leren: voordoen / samendoen / zelf doen. Je draagt zo een deel van de verantwoordelijkheid over naar het kind en dat motiveert. Je voorkomt zo vergissingen.
  • Bepaal vooraf of het gaat om een kinderprobleem of een hondenprobleem, want volgens de meeste ouders en hun kinderen begint de hond altijd.
  • Kinderen willen participeren in de opvoeding, verzorging en het ondernemen van een activiteit met de hond, kortom contact. Als het kind niet goedschiks contact krijgt dan maar kwaadschiks; negatieve aandacht is ook aandacht. Laat ouders (en troubleshooter kinderen) dus nadenken over wat ze kunnen doen om te helpen. Gehoorzaamheid en hersenwerk zijn handig en leuk, maar niet de oplossing voor de problemen.

TIP: Op de website van LICG (Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren) is heel veel informatie te vinden over kinderen en honden, onder andere een 10-gouden-regels pamflet dat je kunt downloaden en uitprinten. Het LICG heeft zelfs een hele aparte website opgezet over het voorkomen van hondenbeten: www.minderhondenbeten.nl. Bij onder andere Bol.com is er een interactief spel verkrijgbaar: De Blauwe Hond CD-ROM -spel en gids voor de ouders.

 

Train niet hond en kind tegelijk

In de kindertraining werken Cindy en haar collega’s niet met echte honden. Kind en hond zouden niet allebei tegelijk iets nieuws aan moeten leren. Ze trainen bewust op alledaagse risicosituaties, want in dergelijke situaties komen de meeste incidenten voor. Ze hebben het niet over stress-signalen, omdat deze voor volwassenen al moeilijk waar te nemen zijn, dus zeker voor kinderen. We leren onze kinderen wel dat ze nooit met onbekende mensen moeten meegaan, we vragen de kinderen daarbij niet zelf een inschatting te maken of die onbekende mensen al dan niet betrouwbaar zijn. Het is eigenlijk vreemd dat we wel verwachten dat een kind die inschatting kan maken ten aanzien van een hond, die nota bene een heel andere diersoort is. Wel kun je kinderen vragen of ze weten wat bij hun eigen hond een nee-gevoel veroorzaakt. En hoe ze dat zouden kunnen omdraaien naar een ja-gevoel voor die specifieke hond. Geef na zo’n moeilijke vraag een kind de tijd om goed na te denken. Zet het kinderbrein in werking en stimuleer het kind om actief te zijn zodat het ook vriendjes kan aansturen.

Quick fix versus volledige aanpak

Er bestaan geen kleine vragen over honden en kinderen. Als het een kleine vraag was, had de eigenaar het wel zelf opgelost. Als wij niet volledig zijn in onze oplossing en niet durven door te praten over de risico’s, kan een quick fix of een half antwoord een vals gevoel van veiligheid geven. Eigenaars zijn zelf de experts van hun eigen honden en kinderen, maar wij hebben de ervaring en kennis over de methoden om echte verandering in gang te zetten. Eigenaars kunnen vast allerlei redenen bedenken waarom ze liever even een quick fix van je krijgen. Ook al omdat ze verwachten dat alle hondenprofessionals quick fixes leveren (zoals een zekere Mexicaan op tv).

  • Geen geld beschikbaar voor een echte oplossing, te duur, vakantiegeld is op.
  • Timing bezwaar, komt nu echt niet goed uit, ben nu zwanger, geen tijd, nu te druk.
  • Aanbod bezwaar, neem gesprekken op en zet de dingen die je vaak vertelt op je site of in de mail.
  • Persoonlijk bezwaar, gebrek aan zelfvertrouwen.
  • Partner bezwaar.

Het grappige is dat je het meest te maken krijgt met de bezwaren waar je zelf het meest mee worstelt. Als je denkt dat kennis duur is, weet je niet wat onwetendheid kost.

 

——-

 

1. Veel hondenprofessionals willen wel meer met kinderen werken, maar weten niet goed hoe te starten. Om je te helpen nodig ik je van harte uit voor een gratis telefonische spar-gesprek.

In deze sessie neem ik 3 waardevolle punten met je door zodat je een 1e stap kunt zetten. Stuur me een mailtje op info@dierbareontmoetingen.nl en ik geef je een reactie.

2. Weet je het al?
We zijn een online Facebook groep gestart voor professionals die meer willen leren over kinderen en honden. De aanmeldingen stromen binnen en daar word ik super vrolijk van.

Waarom we dit doen? Omdat we heel vaak vragen krijgen van collega’s over honden en kinderen.

In de loop der jaren hebben we veel informatie verzameld en handige kindertips ontwikkelt. We delen die daar.
Kijk even op: https://www.facebook.com/groups/kindenhondveiligengelukkig/

3. Meer lezen over honden en kinderen? Meld je dan aan voor de gratis blogs speciaal voor hondenprofessionals en blijf geïnformeerd.
https://dierbareontmoetingen.nl/gratis-info-hondenprofessionals/