Kinderen en honden kunnen enorm veel plezier aan elkaar beleven, als ze maar weten hoe.

Kinderen en honden, maatjes voor het leven of gevaar – voor beide? Wanneer je het gedrag van hond en kind in prettige banen kunt leiden, blijft het risico minimaal. Cindy van Dorst is gedragsdeskundig op gebied van hond én kind en geeft ook deze keer weer praktische tips.

Als kinderen iets heel graag willen, dan is het lastig voor hen om geduld op te brengen. Dus wanneer een kind jouw hond in het vizier krijgt, willen ze daar vaak direct op af. Ze willen met jouw hond rennen, spelen, kroelen. Wanneer jij dan zegt: ‘Even wachten’ lijkt dat een onmogelijke taak voor het stuiterende kind. Het kind wil actie! Het wordt nóg moeilijker om de rust te bewaren als óók jouw hond staat te stuiteren bij het zien van het kind. Ook voor je hond lijkt het commando ‘EVEN WACHTEN’ dan een onmogelijke taak.

Durf jij de party pooper te zijn?
Veel hondeneigenaren voelen zich een enorme ‘party pooper’ als ze een poging doen om het kind en de hond iets rustiger te krijgen. De definitie van party pooper: ‘Iemand die de pret bederft, de spelbreker, iemand die niet meegaat in het plezier.‘ Niemand wil die party pooper zijn. En het wordt nog moeilijker wanneer er andere volwassenen staan toe te kijken.
Ik ken weinig hondeneigenaren die op dat moment tegen het kind en de hond zeggen: ‘Even wachten, laten we eerst speelafspraken maken.’

We zijn geneigd toe te geven aan de wens (eis) van het kind. Maar dat is nu nét niet altijd het juiste om te doen. Veel van mijn klanten vinden het moeilijk om een stuiterend kind aan te sturen in het spel met hun hond. Ze weten niet wat ze moeten zeggen en het kind is tien keer sneller.
Vaak hoor je hen dan zeggen: ‘Euh, nou, ik blijf wel even in de buurt, dan kan ik ze in de gaten houden’.

Maar toezicht houden alleen is niet voldoende. De meeste (bijt)incidenten tussen hond en kind gebeuren gewoon wanneer de eigenaar er met zijn neus bovenop staat.

Uit monitoring door de kind-hond-professionals van Dierbare Ontmoetingen blijkt dat in 96% van alle geregistreerde incidenten een volwassene aanwezig was. Dus alleen toezicht houden is niet voldoende.

Wat is de copingstijl van mijn hond én van het kind?

Speelafspraken, de normaalste zaak van de wereld. Toch?

Als toezicht houden niet genoeg is, moeten we ook nog iets anders te doen. Ik adviseer om speelafspraken te maken, zodat het spel tussen hond en kind zo veilig en leuk mogelijk verloopt.
Dat doen we ook als kinderen onderling met elkaar spelen. Al jarenlang ben ik de vaste oppas voor drie kinderen in de leeftijd van vijf tot elf jaar.
Wanneer zij druk stoeiend uit school komen, maak ik speelafspraken met hen. Dat doe ik omdat ik wil voorkomen

  • dat de jongste met haar hoofd tegen de tafel valt,
  • dat de middelste in tranen uitbarst omdat ze nog niet zo sterk is,
  • dat de oudste zo overactief raakt dat hij per ongeluk iemand pijn doet.

Ik weet dat de oudste na tien minuten stoeien zo  overactief wordt dat hij zijn zussen pijn zal doen. En zo weet ik ook dat de middelste slecht tegen haar verlies kan, waarbij ze in huilen uitbarst. Inmiddels ken ik hun coping- stijlen en daar houd ik rekening mee. (Copingstijl: De verstandelijke en emotionele reactie van het kind wanneer er een conflict/stress ontstaat en het gedrag wat daaruit voortvloeit. Dit wordt verderop toegelicht.)
Ik maak speelafspraken met ze, zodat zij leren hoe ze leuk én veilig met elkaar omgaan. Daar hebben ze begeleiding bij nodig en zeker als ze druk zijn. Dat is toch ook precies wat we willen voor onze honden en kinderen? Dat ze leuk en veilig met elkaar kunnen spelen. Maar daar hebben ze onze begeleiding bij nodig. Toch doen we het vaak niet, omdat we niet goed weten hoe we dit het beste kunnen doen.
Om te helpen het voortaan anders te doen, om meer regie te nemen, geef ik graag een paar adviezen. Mijn eerste advies is dat je altijd een afweging maakt of je hond en kind een goede match zijn.

Bepaal of je hond en kind een goede match zijn.

Dit is zo belangrijk dat ik hier eerst dieper op inga en je vervolgens zes praktische tips geef om zelf speelafspraken op te stellen. Maar als je hond en kind op voorhand geen goede match zijn, dan werken jouw speelafspraken niet.
Veel mensen zeggen dat de leeftijd van een kind bepalend is of hond en kind een goede match zijn. Daar ben ik het niet mee eens. Ik ken een meisje van vijf jaar dat over veel betere hond-kindvaardigheden beschikt dan haar broertje van acht jaar. Daarom is de kalenderleeftijd van een kind niet het belangrijkste voor mij. Zo heb ik me aangeleerd om bij iedere ontmoeting tussen hond en kind mezelf een aantal belangrijke vragen te stellen.
Éen van die vragen is: ’Wat is de copingstijl van mijn hond én van het kind als zij in een conflict-/stress-situatie terecht komen?’ Met andere woorden: ik wil weten wat de verstandelijke en emotionele reactie van het kind én van mijn hond is, wanneer er een conflict/stress tussen hen beiden ontstaat.
En, ik wil weten welk gedrag daaruit voortvloeit.

De meeste (bijt)incidenten tussen hond en kind gebeuren gewoon wanneer de eigenaar er met zijn neus bovenop staat

Praktijkvoorbeeld
Mijn hond en het kind rennen al voetballend door de tuin. Het kind schopt de bal. Mijn hond pakt de bal, houdt ‘m vast, gaat ermee vandoor en geeft de bal niet meer terug.
Het kind kan nu via verschillende copingstijlen reageren op mijn hond:

 

  • Het kind raakt gefrustreerd en rent achter de hond aan om de bal – koste wat het kost – terug te krijgen.
  • Het kind ziet er de lol van in, legt geen druk op de hond en zoekt een alternatief.
  • Het kind weet niet wat te doen en zoekt steun van iets/ iemand anders.

Welke copingstijl zie je liever niet in het contact met je hond? En welke wel?

Vraag jezelf ook altijd af wat de copingstijl is van je hond. Mijn hond kan ook via verschillende copingstijlen reageren:

  • De hond raakt gefrustreerd omdat het kind achter hem aan rent en de bal pakt.
  • De hond gaat in op het alternatief van het kind en vervolgt het spel.
  • De hond raakt onrustig, weet niet wat te doen en zoekt steun van iets/iemand anders.

Welke copingstijl zie je liever niet in het contact met het kind? En welke wel?

Zie je de goede copingstijlen terugkomen? Dan heb je meer zekerheid dat de hond en het kind een goede match zijn. Dat wil niet zeggen dat er niets kan gebeuren, maar dan heb je wel een eerste serieuze afweging gemaakt. Misschien lijkt het je lastig omdat dit nieuw voor je is. Maar laat je dat niet ontmoedigen om er mee aan de slag te gaan. Ik kan het, mijn klanten kunnen het, dus jij kunt het ook.

Wat als je niet weet wat de copingstijl is van je hond of van het kind?

Wanneer je deze vraag niet kunt beantwoorden omdat je het simpelweg niet weet, dan betekent dit dat je nu nog onvoldoende informatie hebt om een keuze te maken. Wat je dan het beste kunt doen, is samen met het kind en je hond een spel te spelen. Door dat te doen, verzamel je de informatie die je nu nog mist.

Praktische tips om tot speelafspraken te komen

Zijn je hond en het kind een goede match? Leer jezelf de volgende zes stappen aan, zodat het een gewoonte wordt.

  1. Wil het kind met je hond spelen? Neem het kind eerst even twee minuten apart, even weg van de hond.
    (Leg uit dat je eerst even speelafspraken wil maken én leg uit waarom je dat wil doen. Het is beter om dat even te doen in een aparte ruimte, zonder de hond erbij, zodat het kind meer aandacht voor je heeft. Tevens krijgt het kind even een moment om wat rustiger te worden.)
  2.  Kies altijd eerst een spel waarbij het kind in beweging is of het kind iets in de handen heeft. (Voorkom zoveel mogelijk, maar zeker de eerste tien minuten spelletjes waarbij het kind de hond aait, kroelt of beet pakt. Laat de energie van het kind en de hond er op een andere manier ‘uit komen’. Laat het kind hier zelf ideeën voor aandragen, terwijl jij meedenkt en aanstuurt op minimaal fysiek contact.)
  3. Spreek met het kind af hoeveel minuten hij met de hond speelt, voordat het spel stopt. (Stel de vraag aan het kind: ‘Hoe lang wil je met de hond spelen? vijf of zeven minuten? Geef het kind de keuze,  maar help met  wat jij denkt dat lang genoeg is. Laat het kind zelf de timer/klok zetten, zodat hij verantwoordelijk wordt gemaakt).
  4. Spreek met het kind af wat hij daarna gaat doen. (Het is veel gemakkelijker het spel met de hond te stoppen wanneer het kind én jij weten wat hij daarna gaat doen, dan kun je daar op aansturen. Doe dit voordat het kind met je hond gaat spelen. Houd altijd ontspannen toezicht, maar kom in actie wanneer je je een waakhond voelt. (Wanneer je ondanks de speelafspraken veel spanning ervaart, kan dat een aanwijzing zijn dat er toch geen sprake is van een goede match. Neem dat serieus en handel er naar. Breek het spel af, participeer en/of ga iets anders doen).
  5. Wanneer het tijd is en de wekker/timer gaat af, laat het kind zelf de wekker uitzetten. (Het helpt enorm wanneer je het kind zelf de timer/ wekker uit laat zetten, zodat het kind letterlijk even uit het spel stapt met je hond. Plaats de wekker ergens waar het kind het kan horen/zien en naar toe kan lopen.                                                                                       Kom in actie wanneer jij je een waakhond voelt
  6. Stuur vervolgens aan op de activiteit die het kind eerder al heeft gekozen. Zorg er ook voor dat jouw hond een alternatief heeft, zodat het voor beide partijen makkelijker wordt om het spel ook echt te stoppen. Namens alle honden en kinderen, dank je wel voor de tijd die je uittrekt om een goede match te maken én de speelafspraken te maken. Misschien vindt het kind je even een party pooper maar uiteindelijk is hij er blij mee.

Lees in het verhaal van Cindy hoe zij het heeft aangepakt toen haar hond uitviel naar een kind: https://dierbareontmoetingen.nl/gratis-ebook-hond- kind/

Ben je werkzaam als hondenprofessional en wil je meer weten over honden, kinderen en hun ouders? Kom dan naar de kind-hond-manifestatie. Een speciale 1-daagse alleen voor hondenprofessionals. Kijk voor meer informatie op: https://dierbareontmoetingen.nl/kind-hond-manifestatie-2019/